sandragoescuba.reismee.nl

van ronde cirkels enzo

Zo. De cirkel is rond. De Cubaanse althans. Op de Belgische is het nog een dagje wachten. Na een nachtbus van 16u vanuit Santiago de Cuba, ben ik gisterenmorgen terug uit de bus in Havana gestapt als een frisco-met-stijve-nek. Één, omdat nachtbussen niet noodzakelijk comfortabele slaapbussen zijn. En twee, omdat ik nog een eitje te pellen heb met de uitvinder van de airco. Het zal wellicht nooit echt klikken tussen ons. De generale repetitie voor nog een koude en slapeloze vliegmarathon, zeg maar. Het hoort er nu eenmaal bij. 

Maar goed, vandaag zal ik me nog een laatste keer kunnen opwarmen in Havana. De stad waar het allemaal begonnen is. De stad ook die me in het prille begin maar matig heeft kunnen bekoren. Maar nu, 3 weken later, voelt het net een beetje als terug thuiskomen. Al is Cuba véél meer dan enkel Havana. Zoveel mag wel duidelijk zijn. Maar wellicht speelt de 'home-blues' hierin onbewust ook wel een kleine rol. Want de trouwste lezers onder u weten het naderhand al: hoe graag ik ook op reis ga, ik ga minstens even graag terug naar huis. En zo hoort het eigenlijk ook te zijn.

Maar zover is het nog even niet. Eerst nog een klein todo-lijstje afwerken: 

- nog wat kleine souvenirs vergaren voor de geliefden thuis - de plaatselijke UNIZO dus wat steunen en mijn afpingel-talent weer wat aanspreken.

- een laatste taxi versieren richting luchthaven - nog even overwegen wat het zal worden: een charmante oldtimer, en het risico lopen onderweg een paar keer in panne te vallen, of toch maar de saaie officiële taxi, en dat risico minimaliseren? 

- mijn resterend monopoly-geld terug inwisselen. Want eenmaal thuis kan ik er niet veel méér mee doen dan mijn muren mee behangen

- nog een laatste keer goed de Cubaanse lucht insnuiven. Figuurlijk dan wel. Want ik wil niet weten hoe groot het gat in de ozonlaag boven Cuba wel moet zijn. Immens in elk geval. De zwarte rookpluimen die de voertuigen allerhande hier met momenten uitstoten zijn echt wel ongezien.  

- nog eens vollen bak 110 volt door al mijn elektronische apparatuur jagen - een tijdsrovende bezigheid die hier 2 tot 10 keer zolang duurt. Afhankelijk dus van hoeveel keer de elektriek deze keer zal uitvallen.

- UPDATE: voor m'n todo-lijstje voor de volgend jaar noteer ik: een telraampje kopen voor de mama zodat het aftellen naar 22 wat soepeler verloopt. 

- en uiteraard een WIFI-plekje zoeken om dit berichtje nog de bezoedelde lucht in te sturen. Want anders heb ik hier toch maar lekker tegen mijn eigen zitten leuteren, wat geenszins de bedoeling kan zijn.

Zo. Op een bepaald moment raakt een mens echt wel eens uitverteld.

Ik heb er in elk geval tot in elke porie van mijn lijf weer van genoten. Ik hoop van jullie hetzelfde. 

Nu, ik moet zeggen: met het gebrek aan internet hier en een sporadische TV ben ik in lange tijd niet zo weinig op de hoogte geweest van wat er zich in de wereld heeft afgespeeld (buiten de Trump-joke uiteraard). En al helemaal niet van wat zich in mijn kleiner wereldje de voorbije 3 weken heeft afgespeeld. Geen nieuws is goed nieuws, denk ik dan. Ik mag in elk geval ook hopen dat in ons kille belgenlandje de temperaturen nog voorafgegaan worden door een plus-teken. Want het vooruitzicht alleen al aan enkele onvermijdelijke donkere en grijze maanden vind ik op zich al best huiveringwekkend genoeg. 

Hoedanook. Intussen vraag ik me, samen met mijn 2 trouwe reisgezellen, Flip & Flop, al luidop af welke richting het volgend jaar zal uitgaan. Ergens mét of zonder orkaangevaar? Waar er wél of geen internet is? Waar ze opnieuw Spaans spreken, of eerder waar ze vooral rijst en noedels eten?  

De bedenktijd kan bij deze nú ingaan. 

Zo. Wanneer (of áls) ik terug wat geacclimatiseerd ben volgen wellicht wat foto's. En daarna verdwijnt deze blog terug voor een tijdje in de koelkast. En ik ongetwijfeld aan de stoof. Met m'n fleece-dekentje en warmwaterkruik enzo. Drama. Drama...

Dankjewel aan allen voor het - al dan niet in stilte - meelezen!

En dankjewel aan de 2 vincke-jongskes om me volgend weekend nog wat extra rust te gunnen. De champagne zal nog zo goed door mijn bestofte keel vloeien. 

Un último beso y abrazo xxx

huracán Matthew

Een logement vinden in Cuba is werkelijk 'a piece of cake'. Een schelleke cake dus. Het zit zo: ofwel leg je je lot in handen van je kotmadam die wat voor je rondbelt, ofwel neem je je lot in eigen handen, spring je van de bus en laat je de kemphanen met nog een vrij kamertje op je afstuiven. Als ze je er al niet uitgesleurd en levend verscheurd hebben. 

En een derde mogelijkheid is dat één en ander al van thuis uit is geregeld. Zoals bij m'n laatste 2 verblijven bijvoorbeeld. Kwestie van de puzzel van de 'roadtrip' wat in mekaar te doen passen. Heel slim en vooruitziend vond ik van mezelf. 1-0 voor Sandra. En dan hoor je - thuis nog - iets van een orkaan, ene Matthew, die langs is geweest in Baracoa, het meest oostelijk gelegen Cubaanse stadje. Sympathiek, denk je dan. 't Zal daar precies druk zijn. Heb ik daar niet ergens, nog niet eens zo lang geleden, ook niet een hotelleke geboekt? Kwestie van ne keer wat chiquer te doen... Vooruitziend zijn heeft dus ook zo zijn nadelen. En dan voel je plots de bui al een beetje hangen. Een kleine bui weliswaar, want volgens diezelfde berichtgevingen is Cuba echt wel aan het ergste ontsnapt. Haïti daarentegen... Ik geloof het maar al te graag. Byebye bui-boven-mijn-hoofd. De hemel begon zowaar weer op te klaren.  

Tot je hier als het ware in een half oorlogsgebied aankomt. Bomen groeien hier horizontaal ofwel ondersteboven. Er liggen veruit meer dakpannen op de grond dan op de daken, en er staan meer mannen op de daken dan op de grond. De wereld op z'n kop.

Mijn hotelleke stond nog in de stellingen en was voorlopig nog 'dakloos', hadden ze me intussen laten weten. Maar "of ik vooral toch wou komen", "want er was al voor een oplossing gezorgd": veilig onder de vleugels van Andrés en Irma. Aan verwennerij geen gebrek. Iets zegt me dat, een maand na Matthew, men op planeet Baracoa al een tijdlang geen 'toeristen' meer hadden gezien. 1-1 voor Matthew dus.

Geen of nauwelijks toerisme dus. En vissen al evenmin. Niet dat die ook zijn weggewaaid. Of verdronken. Ofzo. Maar het gros van de vissersbootjes is in 'mul'. In gruzelementen dus. En vissen zwemmen nu eenmaal niet uit vrije wil op je taljoor. Hetzelfde verhaal met de cacao-plantages : alles om zeep. Ik zou op dit ogenblik geen chocolade-verslaafde Cubaan willen zijn. Maar goed. Het leven gaat door. Ook in Baracoa. Stilstaan is achteruit gaan. 

Noem mijn 'daad' gerust een vorm van ramptoerisme. Ik bekijk het toch enigszins anders. Iets met goede en kwade dagen ofzo.

Maar intussen hebben we alweer de volgende halte bereikt. Heelhuids in elk geval. Wel nog ferm onder de indruk. Nieuwste bestemming: Santiago de Cuba. Pas aangekomen, maar op het eerste zicht staat alles nog behoorlijk recht. Behoorlijk, omdat in Cuba eigenlijk niets helemaal recht-recht staat. Maar no worries: Matthew is officieel aan zijn winterslaap begonnen, samen met z'n vele vriendjes. Wellicht uitgeteld na al dat zware werk. Je zou er haast compassie mee krijgen. 

Zondagnacht gaat het terug richting Havana. Final destination. U hoort me van daaruit dan wellicht nog wel eens voor een laatste berichtje van op Cubaanse bodem. Ik probeer vooral niet in huilen uit te barsten.

Gracias trouwens voor uw leuke en vaak verrassende reacties. Om op enkele van uw bekommernissen te antwoorden: 

- ik vergeet écht niet te eten, al is drinken bij deze temperaturen nét dat tikkeltje belangrijker.

- litchis heb ik nog niet op mijn bord gekregen. Hoeft ook niet persé. Mijn darmstelsel wordt nu al danig op de proef gesteld met een dagelijkse vers fruit (sapjes)-kuur.

- mijn zadelpijn is verleden tijd. Ik huppel opnieuw als een fris en dartel veulen door het leven. Al is het tempo zoetjesaan aan wat aan het minderen. Niks mis mee. De tol van het reizen. Hoort er allemaal bij. 

- op eenvoudig (maar vriendelijk) verzoek kan een zelfgefabriceerde mojitotaart overwogen worden.

- vanachter vensterglas naar vooruitschuivend landschap staren is écht geen straf voor mij. Eventjes lekker zennnnnn met de natuur... :D

Un beso x

el último

Kleine dienstmededeling: ik heb besloten een tijdje langer in Cuba te blijven. De volle 60 minuten dan nog wel. Na het winteruur in België heeft hetzelfde fenomeen hier dus ook toegeslagen. Mits een weekje vertraging weliswaar. Maar zo gaat het er hier nu eenmaal aan toe: wat rustiger en trager. No stress. Goed nieuws dus, van dat winteruur. Nog beter was geweest dat ze die klok met een paar weken hadden teruggedraaid. Niet dat het gras hier persé groener is (maar de lucht is er nu in elk geval wel blauwer, en de zon 'geler'). Het is in de eerste plaats vooral Genieten. Met een ferme hoofdletter. Dag in, dag uit. De klok rond. Vijfentwintig uur lang zelfs voor deze ene keer. 

 

Genieten van de vluchtige ontmoetingen met de taxichauffeurs en hun traditionele flauwe openingszinnen: Hello, my frien. Where you from? First time Cuba? Op dat laatste vooral ontkennend antwoorden, tenzij je in de ene toeristenval na de andere wil tuimelen. 

En de oma-aan-het-fruitkraampje die niet eerder jouw banaan en hand zal lossen nadat ze eerst de helft van haar leven heeft verteld. Mogelijks was het ook een totaal ander verhaal. Geen mens die het weet. Omaatje mankeerde hier en daar wat tanden, dus veel zinnigs kwam er hoedanook al niet meer uit. Lastig wordt het pas als het gesprek eindigt met een vraagteken. Beleefd lachen en knikken blijkt in zo'n geval steeds het correcte antwoord. Ook nu blijkbaar, want plots was ik een banaan rijker. Een hand ook trouwens. 

Genieten ook van de vele en soms ellenlange busritten. Het internationale verbroederingsmoment bij uitstek tussen de verschillende gelijkgestemde reizigers, dat steevast wordt afgesloten met een stevige schouderklop, en volgend refrein : 'Bel me, schrijf me, laat me vlug iets weten...'

En uiteraard diezelfde hoofdletter G - ik val in herhaling - bij de verschillende logementen. Je hebt ze in allerhande pluimage, die kotbazen en -madammen. De ene gunt je heel discreet je privacy, maar waakt achter de schermen als een moederkloek over je. De andere is niet eerder content dan wanneer je 's morgens flink je boterhammekes mét korsten hebt opgegeten en 's avonds bij thuiskomst je volledige dag uit de doeken hebt gedaan. En liefst vanal nog je hele leven erbij.  

Om maar te zeggen: ergens reis je alleen, maar ben je maar zo vaak alleen als je dat zelf wil. De gulden middenweg blijft nog altijd de perfecte mix voor mij. Tot u spreekt dus een tevreden mens.

Maar goed, intussen zijn we al ruim halverwege, en begin ik al stilaan te transformeren in een Cubaan: stofferig, plakkerig en gezien muggen en vliegen steeds hardnekkiger rondom mij zwermen : met kleren die dringend een badje kunnen gebruiken.

Hoe langer je hier vertoeft, hoe leuker het trouwens wordt de bevolking en hun gewoontes te doorgronden. Zoals het volgende bijvoorbeeld: als je iets wil in Cuba wat wel meer mensen willen (geld wisselen, internetkaart, een crèmeke...) dan staat er soms - of eigenlijk meestal - een behoorlijk lange rij. Of beter: er staat niet echt een rij, maar eerder een hoopje mensen bijeen. Als groen Belgje ga je dan maar achter diegene staan die in jouw ogen het verst verwijderd is van het 'gebeuren', in de hoop dat iemand jouw voorbeeld zal volgen en er uiteindelijk toch iets-van-een-rij zal ontstaan. Intussen maak je een kleine rekensom en concludeert dat met de 5 wachtenden voor je de klus behoorlijk snel zal geklaard zijn. Tot je keer na keer moet vaststellen dat de een na de ander zonder schijnbaar protest van iemand voor je in de rij gaat aanschuiven. Na wat observeren heb je het door. “Wachten en in de rij staan” is een speciale kunst in Cuba. Het werkt als volgt: als je ergens aankomt, dan roep je “El último?” (de laatste?) en iemand steekt zijn hand op. Zodra er iemand achter je aansluit, roept die ook "Último?”, en nu geef jij op jouw beurt aan dat jij dat bent. En voor de rest kan je nu gezellig een taske koffie gaan drinken of een blokje om wandelen. Zolang je maar terug bent voordat degene achter je aan de beurt is, kun je gewoon inschuiven in de rij en je plaats terug opeisen. 

Ons ticketjes-systeem dus, maar dan zonder ticketjes. En ook zonder alle bijkomstige ergernissen. Geen redenen om te stressen, want je hebt toch niet het flauwste benul hoeveel wachtenden vóór je in de 'rij' staan. Het kunnen er 5 zijn, maar evengoed ook 20. Maar als je geluk (en ferme haast) hebt komt er een ‘colista’ op je af. Deze staat de hele dag in elke rij die hij kan vinden om zijn plek op het juiste moment te verkopen. Een kleine fooi, en je kan je wachttijd met een half uur verkorten. Zalig toch? 

Zo, trouwe lezers. Voor zover deze editie van 'Axelle' in het buitenland. Nu nog 'snel' een internetkaart aanschaffen. Benieuwd hoeveel mensen hier rondom mij met datzelfde plan rondlopen...

Beso!

Trinidad : check

Trinidad heeft m'n hart gestolen. Je verwacht - als je de bus uitstapt - 'gewoon' in de zoveelste andere Cubaanse stad aan te komen. In werkelijkheid stap je uit een teletijdmachine en kom je in een dorp terecht waar sinds de 18de eeuwse Spaanse koloniale tijd weinig lijkt veranderd te zijn.

Boeren met paard en kar scheuren hier door de straten, en de klinkers liggen zo ongelijk dat het een wonder mag heten als je hier zonder gebroken ledematen weer uitkomt. Maar so far, so good. Mijn 'poten' zijn nog intact.  

Toeristen, die vind je hier ook. Meer dan elders. Je herkent ze het best aan de kakigroene Che Guevara-pet (spreek uit als TSJEE KEBARRA, niet omgekeerd), en nog minstens 1 ander attribuut dat naar Che of Cuba verwijst. Ik niet. Mij herken je nog steeds aan de gescheurde jeans, afgedragen T-shirt en flipflops van de Wibra ofzo (5 EUR/paar, van uitstekende kwaliteit want al de halve wereld mee afgetjoold.) Precies zoals je me vorig jaar in Brazilië en alle jaren daarvoor ook zou herkend hebben. Die overdreven en opgeklopte commerce is nog steeds niet aan mij besteed. Ik herhaal het elk jaar opnieuw: het verschil tussen een toerist en een reiziger. Ik plooi voorlopig niet. 

Geen uitstapje met een stoomtreintje naar één of ander diep dal (want zo gaat het nu eenmaal met 'dallen': die zijn diep), wegens 'trein-naar-de-kl*ten'. En dus ook mijn plannen naar dezelfde kl*ten. Plan B dan maar: aan een fiets zien te geraken en de streek op deze manier verkennen. Mijn kotmadam wou me haar afgedankte exemplaar wel een dagje ontlenen. Zomaar. Gratis en voor niks. Wat een zeldzaamheid is hier, want overal hangt wel ergens een al dan niet verborgen prijskaartje aan vast. Ik heb aan mijn uitstapje prachtige foto's van een idyllisch vissersdorpje overgehouden. En twee dagen zadelpijn. Moraal van het verhaal: als hier iets gratis is, dan zal het zo wel zijn redenen hebben. Misschien een volgende keer wat minder op mijn geld zitten en een deftige fiets huren? 

Kwestie van heel onopvallend en naadloos over te gaan naar nog zo'n unicum hier in Cuba: de 2 soorten geld. Om het snel en eenvoudig uit te leggen (maar dat is het eigenlijk niet) : de Cubanen hebben hun eigen geld (écht geld dus), en voor de toeristen hebben ze iets speciaals uitgevonden: geld dat enkel in Cuba waarde heeft. Monopoly-geld, als het ware. Alleen is het monopoly-geld maar liefst 25 keer duurder dan het Cubaanse. Om een voorbeeld te geven: een toerist zal 10 EUR betalen voor een taxi-rit, een Cubaan slecht 0,40 EUR.

Toch kan je als toerist (reiziger in mijn geval), en als je de trucken wat doorhebt, ook met Cubaans geld de goedkope toer op. Aan de kraampjes langs straat bijvoorbeeld. Als je goesting zou hebben in een spie pizza-lookalike of een stuk onherkenbaar fruit ofzo. Of als je in een hopeloze bui goesting zou hebben om op een suikerrietstok te zuigen. Het kan allemaal. De kans grabbelen om iets te eten als die zich voordoet is de wijze boodschap. De ontbijttafel leegvreten dus, want de mogelijkheden om in de loop van de dag nog iets deftigs te eten, zijn op beide handen te tellen. En als je al in iets goesting zou hebben, dan vind je het toch niet, of is het op. Het paradijs dus voor zij die op dieet zijn, of van hun suikerverslaving af willen. In ruil krijg je dan weer een alcoholverslaving. Het leven is geven en nemen. Want aan de spotgoedkope cocktails weerstaan, lukt me voorlopig niet. Of beter : lukt me steeds minder. 

Zo, ik ben voorlopig uitverteld. Straks een kleine tussenstop van een tweetal nachten in Santa-Clara, en vervolgens richting Camagüey. 

Hopelijk zijn jullie batterijen terug wat opgeladen na de feestdag(en) en eventuele brug. Aan mijn brug komt voorlopig nog geen einde. Met mijn batterijen ook nog alles oké trouwens. Die werken op zonne-energie. 

Ellis, lieve schat, geniet van je verjaardag over enkele dagen. Mojito-taarten heb ik hier nog niet gevonden, maar tante San kan deze als de beste voor je maken :D

 

 

S x

Mozes en zijn stenen tafels

Een openbaar plein of park vol mensen die enkel oog hebben voor hun GSM, tablet of laptop: het universele teken in Cuba dat ergens WIFI in de lucht moet hangen. Grijpen die kans en het ijzer smeden als het heet is dus. Want dergelijk geluk overvalt je hier maar met de onregelmatigheid van de klok, zeg maar. Als een freak de tablet de lucht in dan maar, zoekend naar een bruikbaar signaal, als ware ik Mozes die met zijn stenen tafels de 10 geboden aan het verkondigen was. Je wil dit middeleeuws geklungel echt niet zien. :D

Heerlijke verrassing trouwens, die laatste morgen in mijn logement in Havana: ontbijt met kaarslicht zowaar. En een emmer lauw water. Want zonder elektriek heb je nu eenmaal ook geen (warm) water. Mijn tijdelijke kotmadam Margarita had dan blijkbaar toch geen boontje voor mij. En ik dan weer niet voor de Nederlandse Joeri, die zich toch zo eenzaam voelde, nadat zijn 'wijfie' hem 4 dagen voor hun afreis zo bruusk had laten stikken. Na een paar uur het gemekker van onze Noorderbuur aanhoord te hebben, raasde er maar 1 ding door mijn kop: had zijn wijfie hem maar letterlijk laten stikken. Geen Joeri dus voor mij. Ook geen Jan trouwens. Kortom: geen 'Piet'.

Havana is dus verleden tijd. Maar I'll be back, zo binnen een week of twee. Maar niet te snel. First things first. Laatste dag in Viñales intussen. Richting westen. We reizen dus tegen de wijzers van de klok in. Aan een behoorlijk strak tempo. Een nieuwe stad betekent meteen ook een nieuwe kotmadam: Casa Boris en Mileidi deze keer. De vrouw des huizes stond me netjes op te wachten aan de bushalte. Met roodgetuite lippen en een smachtende blik. Ik wist niet goed waar ik het had. Tot de ontnuchtering snel volgde: ze had nog een kamertje in de aanbieding dat ze in allerijl nog aan de man / vrouw wou brengen. Zonder succes weliswaar. Ik leek haar enige gegadigde op de bus te zijn. Ook Mileidi heeft geen boontje voor mij. 

Boris dan. Ik was al vol spanning over hem. Een ingeweken stoere Rus vermoedde ik. Volledig doordrongen van de wodka. Met een ferme berenmuts op zijn kop. Het bleek haar zoon te zijn. Een fantastische gids, bleek later. U kan mij voortaan ongegeneerd met eender welke bizarre kwaal in het Nationaal Park van Viñales droppen, ik vind zomaar het plantje dat me op wonderbaarlijke wijze ervan doet genezen. Geen idee eigenlijk wat ik met al die informatie moet. Zo snel mogelijk vergeten wellicht. Ik verdwaal nu eenmaal niet plots dagelijks in een jungle. Waar ter wereld ook. Om daar al even plots een astma-aanval of maagzweer te krijgen. Tegelijkertijd dan misschien nog wel. Maar het zou je natuurlijk maar overkomen :D

De eerste Cubaanse sigaar is trouwens ook een feit. 't Is te zeggen: toch een paar millimeter van de volle - ik schat - 20 centimeter. Zo' n ding stook je nu eenmaal niet in een paar tellen op. Stand van zaken: voorlopig nog geen wonderplantjes tegen astma of maagzweren van doen gehad. Op een visueel bewijs hiervan zal u helaas nog moeten wachten: voorlopig nog geen bomen met prisen of USB-poorten gezien in de WIFI-parken.

Morgen gaat het richting Trinidad. U volgt maar mee op de kaart. Tien uur 'bussen' voor de boeg. Beetje jammer van de kostbare tijd, denk ik dan. Maar aan de andere kant: 10u lang een fenomenaal landschap voorbij zien schuiven... Het hangt er dus een beetje van af wat je onder nutteloos tijdverlies verstaat. 

Zo. Tot over X-aantal dagen. Want ook Mozes verdient zo af en toe wat rust.

 

 

S

Il est cinq heures

Bruges 's éveille. En Sandra ook. Al was die al een tijdje wakker die bewuste dinsdagmorgen. Want zoals de traditie het wil, gaat er aan 'The Day Before' nu eenmaal ook een woelige 'Night Before' vooraf. Nergens voor nodig blijkt achteraf, want alles is behoorlijk smooth verlopen. Op de vlieger de gewoonlijke strijd tegen de slaap gevoerd. Maar mijn interne klok was al een tijdzone of 6 teruggekeerd in de tijd. Halverwege de voormiddag dus. Geen uur om alweer aan slapen te denken, moet ze gedacht hebben. Woelige nacht of niet. Bij de Havanaanse (of hoe zeg je zoiets? ) douane dan weer een kleine twijfel of ik mijn zakje dadels al dan niet had moeten aangeven op mijn Declaration Form . Ik vond van niet. Zij vonden ook wel van niet, maar vonden-ook-wel-dat-ze-lastig-moesten-doen-over-een-futiliteitje. Uiteindelijk waren ze er uit: voorverpakte, gedroogde dadels vallen dan toch niet onder de rubriek 'Living animals or fresh fruit'. Het leven zoals het is : in de luchthaven. 

Wat ook nieuw is bij de douane, is dat je bij het overhandigen van datzelfde formulier tegenwoordig een liedje moet zingen. Ik citeer letterlijk: Sing and hand over your Declaration Form'. Om te voorkomen dat mijn dadels alsnog zouden geconfisqueerd worden heb ik maar wijselijk gezwegen en gedaan wat vermoedelijk van mij werd verwacht: geen liedje, maar een simpele handtekening.

Intussen was het buiten al stikdonker, was ik ook al redelijk stikkapot, en moest ik nog een manier zien te vinden om de 20km naar mijn logement te overbruggen. Niet dat er veel manieren zijn: te voet of met de taxi. Dat laatste dus maar. De snelste manier. Zou je denken. Snelheid is nu eenmaal een relatief begrip in een land als Cuba waar het gebruik van een GPS verboden is, het straatnetwerk een regelrecht kluwen is, en je enkel ergens kan geraken als je - zelfs als taxichauffeur - iedere vijf 'klakken' de weg moet vragen. Maar, no worries, alle wegen leiden naar Rome. Zelfs in Havana. 

Altijd spannend trouwens om de volgende morgen vast te stellen waar je de avond voordien in het pikdonker werd gedropt. Best wel scary, is mijn eerste gedacht. Straatnaam en huisnummer kloppen weliswaar, maar voor de rest wijst niets erop dat ik terecht gekomen ben waar ik moest terecht komen. Gevel van amper 2 meter breed, ferme tralies ervoor, en nergens een spoor van de naam van het logement. Maar de binnenkant en ontvangst klopt dan weer wél met de lovende commentaren op TripAdvisor, dus het zit wel snor. Al zou ik deze buurt met klaarlichte dag misschien zelf niet uitgekozen hebben. Het lijkt erop dat elk gebouw elk moment kan instorten. Maar dat heb je nu eenmaal met een oud stadsgedeelte, vermoed ik. Niet te kritisch zijn, en gewoon proberen daar 'doorheen te kijken'. Wat dan weer niet moeilijk is als vrijwel alle ramen en deuren lijken te ontbreken. Soit.

Voor de rest is Havana precies zoals het overal wordt beschreven: één en al charme. Een beetje 'overgeromantiseerd' misschien wel, met al die kleurrijke oldtimers enzo, en al die wilde sigaren-verhalen (ik moet de 1ste rokende Cubaan trouwens nog zien). Maar who cares? Genieten is de boodschap, want voor je het goed en wel beseft, zit je alweer een bestemming verder. Viñales bijvoorbeeld. Er zijn best wel slechtere vooruitzichten.

S

S

Mijn gedacht! :D

S x

The day before

Zo. Nog heel eventjes proeven en genieten van de ongekende luxe van feilloos werkend internet. Het zou zó maar de laatste keer in een paar weken tijd kunnen zijn!  

De rugzak is netjes gepakt. Acht kilo bagage op mijn rug en nog een paar op mijn torso zou moeten volstaan om een goeie 3 weken te overbruggen. We vinden onderweg wel ergens een beek of rivier ofzo om de tussentijdse was en de plas te doen. Nog een paar kilo’s in reserve dus om rum & sigaren mee naar België te ‘smokkelen’.  Kwestie van het beloofde Cubaanse feestje bij thuiskomst in stijl te kunnen laten doorgaan. Paspoort, visum en ziekteverzekering nog eens gecheckt: de ‘vervaldatum’ is nog niet voor subiet. Van mijn Motilium en Imodium die ik jaarlijks de wereld mee rondzeul dan weer wel, maar we gaan er gewoon van uit dat deze weer gewoon voor de formaliteit zijn meegenomen. De bloemekes op de vensterbank zijn weggekieperd. Er zat toch al een tijdje niet veel leven meer in. Om maar te zeggen dat ze al een tijdje getransformeerd waren in stro-in-bakskes.  Koelkast leeggegeten en –gedronken. Het ziet er niet al te best uit voor hongerige en dorstige inbrekers.  Alle openstaande rekeningen nog netjes betaald. Kwestie van mijn nabestaanden met niet teveel schulden op te zadelen. De vuilzak heel beleefd, maar kordaat de deur gewezen. Nadat die op mysterieuze wijze ‘muziek’ begon te spelen doordat mijn MP3-tje er per ongeluk in verzeild was geraakt.  MP3-tje vervolgens weer bevrijd uit de muzikale vuilzak. Haartjes netjes geknipt. Of toch in elk geval laten knippen.  De digicorder met een hele to-do-lijst opgezadeld. Auto een tijdelijk nieuw logement geschonken bij de mama. En de mama zelf uiteraard ook nog eens figuurlijk tegen mijn gilet gesleurd. Het altijd-even-hatelijke afscheid is dus achter de rug. Ik kan me ten volle focussen op wat me vanaf morgen te wachten staat : Een leven vol limoen. En muntblaadjes. En rum. Ofzo. Veel groentjes en fruit dus. Niet geheel ongezond moet je maar denken.

Morgen, zo rond de klok van 11u vertrekt de vlieger vanuit Brussel, via Madrid, om een kleine 8000 km later zachtjes te landen in Havana. Rond de klok van 11u dus. Je weet wel, het uur waarop jullie met z’n allen wellicht naarstig aan het werk zullen zijn. Of toch zouden moeten zijn. “Ik zal een minuut van stilte voor jullie houden”, zei ze heel cynisch … “en barstte net niet in schaterlachen uit”  

Zo. Ik ‘laat’ jullie. Tot over ‘enkele’ dagen, zullen we maar zeggen. En remember: geen nieuws = goed nieuws. Echt wel.

Saludos,

Sandra

Welkom op mijn Reisblog!

¡ Hola !

Voor zij die al dachten dat ik met de stille trom was vertrokken, zonder enig teken van leven te geven, en vooral: zonder de blijde geboorte van deze nieuwe blog aan te kondigen: ik zou niet durven.

Met de stille trom vertrekken, welteverstaan. Een nieuwe blog achterwege laten is toch eventjes mijn gedachten gepasseerd. Maar subtiel BOE-geroep links en rechts heeft me al snel van deze snode plannen doen afzien. Niet dat ik jullie op dat vlak de rug wou toekeren. Helemaal niet zelfs (al lijkt het me een heerlijke gedachte eens lekker 3 weekjes offline te zijn).  En het is ook niet zo dat mijn toekomstige reisbestemming ergens temidden van de brousse ligt, ver weg van elk tikkeltje menselijke beschaving of dateert uit een tijdvak dat de dieren nog spraken. Maar toch: Cuba en internet en WIFI en zo, schijnt geen al te goed huwelijk te zijn. En zonder deze moderne technieken is het nu eenmaal geen senicure (sinecure aldus de spellingscontrole, mijn excuses) een blog in het leven te roepen, laat staan in leven te houden. We zullen dus een beetje inventief en vooral geduldig (dit laatste slaat op jullie) moeten zijn. U moet de volgende termen maar eens Googelen :'Wifi in Cuba', en u weet al meteen hoe laat het is.

Het goede nieuws dan weer (voor mij althans) is dat Cuba dit jaar hot, hotter, hotst is (graag ook letterlijk). En volkomen terecht naar verluidt. Want wie nog iets wil meepikken van de vreemde communistische regels, de charmante vervallen huizen en al die prachtige oldtimers, moet vooral NU gaan. En bovenal ook: vooraleer de Amerikanen de boel helemaal om zeep helpen door op iedere straathoek een Starbucks of McDonalds neer te planten.

Ook al geniet ik nog ten volle na van mijn Braziliaans ‘uitstapje’ vorig jaar, de tijd staat duidelijk niet stil, en een jaar is zó weer voorbij. Tijd dus om weer wat nieuwe stempeltjes te verzamelen in mijn paspoort. Elk zijn hobby. Het wordt dus opnieuw Spaans brabbelen in plaats van Portugees. Salsa in plaats van samba. Mojito’s in plaats van caipirinha’s (let op het meervoud!). En vette Cubaanse sigaren smoren (hier vooral NIET letten op het meervoud). En – niet onbelangrijk dus: WIFI-free in plaats van free WIFI.

Een parcours heb ik al in gedachten. Datzelfde parcours in de praktijk omzetten, zou fijn zijn, maar is helemaal geen must. We zijn tenslotte nog steeds op reis. Om maar te zeggen: alles mag, niets moet. Freedom at last. Maar wat wél vastligt:  aankomst in Havana op dinsdag 25 oktober, en vertrek opnieuw van daaruit exact 3 weken later.

Rest me nog jullie dezelfde instructies door te geven als de voorgaande jaren: laat jullie mailadres achter in de rechterkolom (rubriek 'Blijf op de hoogte’) en je krijgt automatisch een mailtje van zodra een nieuw verhaal op de blog staat. Zo hoef je niet elke dag te piepen of die al is aangevuld (en bespaar je jezelf misschien een zoveelste ontgoocheling). Wat foto’s betreft kan ik nu alvast zeggen dat dat een vrijwel onbegonnen zaak zal zijn. Geduldig afwachten tot ik terug in het land ben, en ook dat komt dan wel in orde.

Zo, nu nog heel even ‘back to reality’, nog een beetje werken enzo. En dan mogen we nog luider-op beginnen dromen van deze exotische bestemming. U hoort me wellicht nog wel even net vóór vertrek voor een laatste stand van zaken.

Ik zie (lees) jullie graag terug op deze blog!

Groetjes,

Sandra

  • «
  • »